Wonen

Het huis is te groot geworden. Maar waar ga je dan naartoe?

Veel mensen wonen na het uitvliegen van de kinderen nog jarenlang in hetzelfde ruime huis. Kleiner wonen klinkt logisch. In de praktijk is die stap lang niet altijd aantrekkelijk. Juist daar ligt een belangrijke sleutel voor de Barneveldse woningmarkt.

Een herkenbare situatie
Vier slaapkamers, een tuin en ruimte genoeg voor een gezin. Jarenlang was het precies het huis dat nodig was. Maar de kinderen zijn inmiddels de deur uit, de bovenverdieping wordt nauwelijks gebruikt en het onderhoud van de tuin begint steeds meer tijd te kosten. Is dit dan het moment om kleiner te gaan wonen?

Informatie ontvangen over adverteren in Barneveld Magazine? Vul hier je e-mailadres in en wij nemen contact met je op.

Op papier lijkt het eenvoudig. Een ouder stel verhuist naar een comfortabel appartement of kleinere gelijkvloerse woning. Het vrijgekomen huis kan vervolgens worden gekocht door een gezin, waarna ergens anders weer een starterswoning vrijkomt. Eén verhuizing kan zo meerdere bewegingen op de woningmarkt veroorzaken. Maar mensen wonen niet op papier.

Een woning is ook de straat waar je buren kent, de bakker waar je al jaren komt, de kerk, vereniging, huisarts en kinderen of kleinkinderen in de buurt. Wie kleiner wil wonen, wil daarom lang niet altijd Barneveld, Voorthuizen of het eigen dorp verlaten. En het alternatief moet ook echt aantrekkelijk zijn.

Kleiner hoeft niet goedkoper te zijn
Daar zit een belangrijk knelpunt. Een nieuw appartement kan qua woonoppervlak een stuk kleiner zijn dan de bestaande gezinswoning, maar door bouwkosten, locatie, duurzaamheid en servicekosten toch een stevige prijs hebben. Dan is de vraag logisch: waarom zou je verhuizen?

Ook het woningtype speelt mee. Senioren zoeken niet allemaal hetzelfde. De één wil een appartement midden in het centrum, dicht bij winkels. Een ander wil juist een kleine woning met een eigen voordeur en een bescheiden tuin. Weer een ander denkt pas aan verhuizen als zorg in de toekomst dichtbij georganiseerd kan worden.

De gemeente Barneveld benoemt die opgave inmiddels nadrukkelijk. In het actuele woonbeleid is meer variatie in de woningvoorraad voor onder andere starters en senioren een doel, juist om de doorstroming te bevorderen. De gemeente wil daarnaast ruimte bieden aan nieuwe en innovatieve woonvormen.

De woningmarkt als ketting
Doorstroming klinkt als beleidstaal, maar is eigenlijk heel menselijk. De woningmarkt is een lange ketting van mensen die pas kunnen bewegen wanneer ergens een passende plek beschikbaar komt.

Daarom helpt alleen ‘meer bouwen’ niet automatisch iedere woningzoekende even goed. Het gaat ook om wát er wordt gebouwd en op welke plek. Een aantrekkelijk appartement voor een senior kan indirect net zo belangrijk zijn voor een jong gezin als de bouw van een nieuwe gezinswoning.
Barneveld heeft daarbij een flinke opgave. De gemeente houdt vast aan de ambitie om vanaf 2022 tot 2040 ongeveer 8.000 woningen toe te voegen. Dat moet een woningvoorraad opleveren die beter aansluit op verschillende levensfasen en inkomens.

Misschien moeten we daarom anders kijken naar de vraag wie een nieuwe woning nodig heeft. Niet alleen de starter die thuis woont of het jonge gezin dat groter wil. Ook de inwoner die best kleiner zou willen wonen, maar nog wacht op dat ene huis waarvoor hij zijn vertrouwde plek graag inruilt.

Want pas als die woning er is, komt er beweging. En kan een huis dat voor de één te groot is geworden precies het droomhuis van de volgende bewoner worden.

Daarbij speelt ook timing een rol. Veel mensen denken pas serieus over verhuizen na wanneer traplopen lastiger wordt of onderhoud een probleem begint te worden. Juist eerder nadenken kan meer keuze geven. Een woning die geschikt is voor de volgende levensfase hoeft immers geen ‘zorgwoning’ te zijn. Comfort, een slaapkamer en badkamer op dezelfde verdieping en voorzieningen dichtbij kunnen al genoeg zijn om er met plezier nog tientallen jaren zelfstandig te wonen.